Bio-energie kan een sleutelrol spelen in de overgang naar duurzame energie, vooral als het op een flexibele manier wordt ingezet. Maar hoe kijken verschillende landen hiernaar? IEA Bioenergy vroeg het aan hun eigen experts.
De energietransitie vraagt om een energiesysteem dat meebeweegt met het aanbod van zon en wind. Omdat deze bronnen niet altijd beschikbaar zijn, groeit de behoefte aan flexibele energiebronnen die snel kunnen bijspringen als dat nodig is. Bio-energie – opgewekt uit organisch materiaal zoals houtresten, mest of plantaardige oliën – blijkt hiervoor een veelbelovende optie.
In een recente publicatie onderzocht IEA Bioenergy de verwachtingen over flexibele bio-energie in verschillende landen. De studie is gebaseerd op gesprekken met nationale experts binnen werkgroep Task 44, die zich richt op de systeemintegratie van bio-energie. Daaruit blijkt dat bio-energie wereldwijd wordt gezien als een waardevolle aanvulling op zon en wind, vooral als die inzet flexibel en slim wordt afgestemd op de energievraag.
Wat betekent flexibiliteit in bio-energie?
Flexibiliteit in bio-energie kan op meerdere manieren vorm krijgen. Denk aan installaties die op- of afschakelen bij stroompieken, warmtecentrales die extra capaciteit leveren tijdens koude periodes, of systemen die pas gaan draaien als er een overschot aan duurzame elektriciteit is – bijvoorbeeld voor de productie van waterstof of biobrandstoffen. Deze vormen van flexibiliteit helpen om het energienet in balans te houden en maken bio-energie tot een betrouwbare achtervang in een systeem dat draait op variabele bronnen.
Wat gebeurt er in verschillende landen?
De studie laat zien dat landen hun eigen accenten leggen in het gebruik van flexibele bio-energie:
- Nederland beschouwt bio-energie vooral als tijdelijke oplossing in de energietransitie, met name binnen de warmtevoorziening.
- Duitsland zet in op flexibele biogasinstallaties, die bij kunnen springen als de productie van wind- en zonne-energie tijdelijk laag is.
- Finland en Zweden benutten vooral vaste biomassa in warmtekrachtcentrales, die snel kunnen schakelen bij een stijgende warmtevraag, bijvoorbeeld tijdens koude winterdagen.
- Japan gebruikt bio-energie voornamelijk als stabiele energiebron die continu kan leveren, maar onderzoekt wel hoe installaties flexibeler kunnen worden ingezet in de toekomst.
Kansen en belemmeringen
De technologische mogelijkheden voor flexibele inzet zijn er, maar in de praktijk wordt deze flexibiliteit nog onvoldoende benut. Dat komt onder andere doordat bestaande marktmechanismen vaak geen financiële prikkels geven voor flexibel gedrag. Producenten worden meestal beloond voor constante levering, niet voor het snel inspelen op veranderingen in aanbod of vraag. Ook beleidsinstrumenten ontbreken vaak, waardoor investeringen in flexibiliteit achterblijven. Daarnaast moeten sommige installaties technisch worden aangepast om sneller te kunnen op- en afschakelen of om tijdelijk energie op te slaan.
IEA Bioenergy benadrukt dat er duidelijke beleidskaders en marktprikkels nodig zijn om flexibiliteit in bio-energie rendabel en schaalbaar te maken. Denk aan flexibiliteitsvergoedingen, capaciteitsmarkten of ondersteunende regelingen voor slimme opslag en aansturingstechnologie.
Bron: ieabioenergy.com