Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) heeft het definitieve ontwerp-Klimaatplan 2025-2035 naar de Tweede Kamer gestuurd. Dit plan schetst de langetermijnstrategie om Nederland in 2050 klimaatneutraal te maken en bevat concrete keuzes voor de periode 2030-2035. Ook de Eerste Kamer heeft eenzelfde brief ontvangen.
Een opvallend onderdeel in het Klimaatplan is de rol van biogrondstoffen en biomassa in de transitie naar een circulaire en klimaatneutrale economie. Deze onderwerpen zijn van groot belang voor de verdere verduurzaming van de industrie, energievoorziening en landgebruik.
Klimaatplan 2025-2035: Een stevige koers richting 2050
Het plan benadrukt de noodzaak om emissies structureel te verminderen en duurzame alternatieven op te schalen. Belangrijke speerpunten zijn onder andere:
- Versnelling van de energietransitie door elektrificatie, waterstof en circulaire technieken;
- Verduurzaming van de industrie via duurzame grondstoffen en alternatieve productiemethoden;
- Sturing op fossiele reductie in zowel de energie- als de grondstoffensector.
Om de industrie en andere sectoren klimaatneutraal te maken, is een verschuiving nodig van fossiele koolstofbronnen naar duurzame koolstofdragers, zoals secundaire grondstoffen (gerecycleerde plastics), synthetische koolstofdragers en duurzame biogrondstoffen. Daarnaast wordt in het Klimaatplan ook aandacht besteed aan koolstofverwijdering als noodzakelijke maatregel om de resterende emissies te compenseren.
Duurzame biogrondstoffen als alternatief voor fossiele koolstof
Het Klimaatplan onderstreept het belang van duurzame biogrondstoffen in diverse sectoren. Biogrondstoffen, afkomstig van plantaardig en dierlijk materiaal, kunnen worden ingezet als energiebron (biomassa) of als grondstof voor biobrandstoffen zoals biodiesel, bio-ethanol en biogas.
Met name in de chemische industrie en de transportsector blijven biogrondstoffen een cruciale rol spelen. De Nederlandse overheid zet in op een minimale afhankelijkheid van fossiele koolstof tegen 2050 en wil biogrondstoffen opschalen om de resterende vraag te dekken. Dit betekent een bredere inzet van lignocellulosematerialen (zoals houtreststromen) en innovatieve toepassingen zoals bioraffinage.
Een concreet voorbeeld is de transitie in de chemiesector, waar het kabinet werkt aan een circulair plasticnorm. Vanaf 2027 moet bij de productie van plastic een vast percentage gerecycleerd materiaal en duurzame biogrondstoffen worden toegepast. Ook de bouwsector wordt gestimuleerd om biobased materialen zoals hennep, vlas en mycelium vaker in te zetten als duurzaam alternatief voor beton en staal.
Uitdagingen en vervolgstappen
Hoewel de inzet van duurzame biogrondstoffen wordt gezien als een noodzakelijke stap, brengt dit uitdagingen met zich mee. De technieken voor het gebruik van deze grondstoffen zijn nog niet volledig ontwikkeld en de beschikbaarheid is beperkt. Er moet zorgvuldig worden omgegaan met de concurrentie tussen verschillende toepassingen van biomassa, zoals voedsel, materialen en energieproductie. Daarom wordt er ingezet op een cascaderingsstrategie, waarbij biomassa eerst wordt benut voor hoogwaardige toepassingen voordat het als energiebron wordt gebruikt.
Daarnaast wordt binnen de landbouwsector gekeken naar nieuwe verdienmodellen, zoals het telen van vezelgewassen voor biogrondstoffen in de chemie en bouw. Dit kan bijdragen aan een duurzame voedselproductie en een circulaire economie. Ook wordt onderzocht hoe reststromen uit de landbouw efficiënter benut kunnen worden, bijvoorbeeld in de productie van bioplastics en duurzame chemicaliën.
Met het Klimaatplan 2025-2035 zet Nederland een belangrijke stap richting een klimaatneutrale en circulaire economie. De transitie vraagt om forse investeringen en samenwerking tussen overheid, industrie en kennisinstellingen. Duurzame biogrondstoffen en biomassa spelen een sleutelrol in deze ontwikkeling, maar de opschaling en technologische doorontwikkeling blijven cruciale aandachtspunten voor de komende jaren. Door middel van innovatie en beleidsmaatregelen wil de overheid ervoor zorgen dat Nederland in 2050 een circulaire en klimaatneutrale economie heeft, waarin fossiele grondstoffen volledig zijn vervangen door duurzame alternatieven.